.2322,9 – 29(18) – 3 – 5 – 14 – 2 – 1 – deel 5

NOTE TO THE READER
In the beginning of WhiskySpeller some articles were posted in Dutch, later on we both went on to writing in English. Our apologies if  you cant read this article due to that. This post tells about our travels in 2012, our first trip to Scotland traveling 2322,9 km, 29 distilleries ( of which 18 toured), 3 missers, 5 whisky regions, 14 days, 2 persons, 1 awesome country. 

Het vijfde en laatste deel van onze reis door Schotland. Lees ook deel 1deel 2deel 3 en deel 4.

We zijn op onze tweede dag in Speyside drie keer voorbij de oprit van The MacAllan gereden, met elke keer: “Oh ja, hier is the MacAllan, volgende keer gaan we er even naartoe”. Onze derde echte misser op de reis al hebben we er niet heel veel moeite voor gedaan om er een afspraak te maken of zomaar even naartoe te rijden. Weer iets voor de volgende trip dan maar.

Waar we wél naartoe zijn gereden, is Glenfarclas. Zij hebben een distilleerderij gebouwd op een prachtige, een beetje golfclub-achtige omgeving. Omdat we weer een beetje aan de vroege kant waren, hebben we ook hier weer alleen een bezoek gebracht aan de winkel, hebben we een paar miniaturen gekocht voor toekomstige proefnotities en verdween er weer een whisky-glas in de kofferbak.

De distilleerderij van Glen Grant lijkt gebouwd in het midden van een natuurpark. Er is een groot visitor’s centre dat helaas een beetje karig is ingericht, wellicht zou het met een hoekje waar een broodje en een kop soep te koop is, iets gemoedelijker overkomen. We hebben een korte, duidelijke tour gekregen waarbij ons op het hart gedrukt werd dat men bij Glen Grant de grootste moeite doet om de new make spirit zo zacht en puur mogelijk te maken. Hiertoe gebruiken ze op zowel de vier wash stills als de vier spirit stills een enorme purifier, die we nergens anders zijn tegen gekomen, behalve een kleintje op de spirit still van Ardbeg. Na de tour kregen we een drietal whisky’s te proeven; de zachte, maar wat jonge “Glen Grant 5yo” die voornamelijk in de Italiaanse markt terug te vinden is, de frisse, fruitige, zachte, licht zoete, maar niet heel bijzondere “Glen Grant 10yo” en de “Glen Grant 16yo”, wat een uitstekende whisky is voor de startende whisky drinker, al is -ie met €50,- niet goedkoop.

Omdat we trek hadden gekregen en een afspraak bij the Balvenie hadden staan (te lezen in deel 4), zijn we niet meer in de prachtige tuin gaan wandelen die aan de distilleerderij vastzit.

Na de uitstekende middag bij the Balvenie zijn we de volgende dag in alle vroegte opgestaan om om 11:00u bij Aberlour terecht te komen, dat zéker twee minuten rijden was van ons hotel. Ook bij Aberlour is het alleen mogelijk om op afspraak een tour te doen en ook hier hadden we mazzel dat we er nog bij konden. In de winkel hangt overigens een zo sterke geur van whisky dat we ons afvroegen of ze voortdurend een fles aan het vernevelen waren. Zalig. De 3,5 miljoen liter new make spirit wordt op een vrij industriële methode vervaardigd, wat natuurlijk steeds vaker voorkomt. Wellicht met het ambachtelijke the Balvenie in het achterhoofd, viel me dat van Aberlour een klein beetje tegen. Er werken slechts één of twee mensen in de vrijwel helemaal geautomatiseerde distilleerderij en eigenaar Chivas Regal heeft de wash backs vervangen door moderne roestvrij stalen versies. De twee sets ketels behoren wat ons betreft wel weer tot de mooisten van de tour; prachtige bollen, echt ui-vormig. De new make spirit gaat met tankers naar zuster Strathisla, waar het op vaten wordt gelegd. Er zijn slechts twee warenhuizen op het terrein van Aberlour, waar dus niet veel meer on-site ligt te rijpen. Wel is met bezig een eigen bottling-plat te bouwen.

Na deze enerverende ochtend zijn we de snelweg opgegaan en naar het stadje Pitlochry gereden. Hierbij zijn we bewust voorbij gereden aan de kleine, charmante Dalwhinnie distilleerderij. Nu we weten dat je er zo goed als doorheen rijdt, zullen we de volgende keer ook even stoppen voor een stempel op de Diageo kaart.

Vanuit het hotel hebben we een kleine wandeling gemaakt naar de distilleerderij van Blair Athol. Deze whisky verdwijnt voornamelijk in de blends van Diageo, zoals Bells en Johnnie Walker. Wat we hier hebben geleerd, is waar de bittere, licht ranzige smaak in beide blends zijn oorsprong vindt. Alleen de moeite waard geweest voor het stempeltje en de vriendelijke hulp.

En dan ineens is het alweer onze laatste dag in Schotland. Met de kleinste distilleerderij van Islay en Speyside in de broekzak, gaan we op zoek naar de kleinste distilleerderij van Schotland; the Edradour. De berg op, over landweggetjes tractoren en een soort SRV-wagen ontwijkend, gaan we nog verder de berg op en komen we ineens bij een uiterst klein boerderijtje, met een pagoda schoorsteen op een schuurtje. Kan niet missen; een distilleerderij. Tje.

The Edradour maakt per dag gemiddeld 3 vaten new make spirit, uit een heel klein setje ketels en vier houten, bijna miniatuur wash backs. Sinds 2002 is Signatory (de bottelaar) de eigenaar van the Edradour. Ze hebben de distilleerderij gekocht om de (dunnage) warenhuizen uit te breiden voor de eigen voorraad vaten van andere distilleerderijen. Slim. Bij de overname is de belofte gemaakt om de distilleerderij zelf niet te veranderen wat tot op heden dan ook niet gebeurd is, waardoor het karakter van the Edradour niet veranderd is. Ook is een on-site botteling lijn te vinden waar naast de flessen van the Edradour dus ook de flessen van Signatory worden gebotteld.

De tour, begeleid door een pittig oud dametje, ging een beetje achterstevoren: We begonnen met het proeven: een drupje Edradour 10yo. Chill-filtered, voor de Amerikaanse markt. Een mooie, zachte, licht zoete whisky. Daarna een slokje van de Edradour Sauternes finish. Iets zoeter dan de 10yo, über zacht en heerlijk. Na het proeven, bij een filmpje over mouten en drogen van gerst, omdat dat niet meer on-site gebeurd, bezochten we één van de warenhuizen. Grappig om al de verschillende vaten van verschillende distilleerderijen bij elkaar te zien liggen. Vervolgens werden we aan de achterkant (buiten) van de ketels gewezen op de coil-condenser in een bak water. De oude condenser ligt naast de distilleerderij (foto rechts). Als de Amerikanen in de tour de volgorde niet helemaal hebben begrepen, is dat heel goed te begrijpen. Naast de mooie, zachte, on-geturfde whisky van the Edradour zelf produceert men er ook Ballechin, zoals Bruichladdich Port Charlotte produceert: een redelijk sterk geturfde whisky. Hiervan heb ik “blind” en fles meegenomen, gerijpt op port-pipes.

Helaas moesten we weer verder. Maar goed ook, anders hadden we een aanhanger moeten kopen voor al het lekkers. Op de eerste dag was het ons helaas niet gelukt om bij Auchentoshan langs te rijden, waardoor we de enige, in ons plan liggende distilleerderij in de Schotse Lowlands gemist hebben. Met een beetje mazzel bleek op de route naar onze B&B een andere Lowlands distilleerderij te liggen: Glenkinchie. Weer een stempeltje voor onze Diageo kaart. Tijdens onze tour werd er geen productie gedraaid, wat wel zo rustig was. Ook hier geen eigen moutvloer en drogerij meer, waardoor de gerst ingekocht wordt bij Bairds, één van de grote mouters in Pencaitland. Traditioneel gezien distilleren de meeste Lowland distilleerderijen hun spirit drie keer. Helaas doet Glenkinchie dit niet, maar hebben ze wél de grootste wash still van Schotland; ruim 30.000 liter. Eén set ketels is dan ook voldoende om aan de 2,5 miljoen liter new make spirit te komen die per jaar wordt gemaakt. Hiervan wordt slechts 8% gebotteld als single malt en de rest verdwijnt in blends als Dimple en, je raadt het al, Johnnie Walker.

Dat was een korte samenvatting in vijf delen van onze twee weken vakantie in Schotland, april/ mei 2012. Ondanks dat we er van hebben genoten willen we de reis op deze manier niemand aanraden. Als Zodra we weer die kant op gaan zullen we het iets anders aanpakken. Wij zijn ons er sterk van bewust dat 29 distilleerderijen bezoeken, waarvan 18 met een tour een beetje veel is om in twee weken te proppen. We hebben ontzettend mazzel gehad met het prachtige weer, maar hebben onszelf nauwelijks de tijd gegeven om te genieten van de prachtige omgevingen. De volgende keer willen we proberen om van te voren één, maximaal twee uitgebreidere tours te plannen, waardoor we een duidelijkere blik achter de schermen kunnen krijgen bij distilleerderijen en meer van de verschillende types geproduceerde whisky’s kunnen proeven.

Wellicht dat een dag of twee in de Lowlands via Bladnoch en nog een poging bij Auchentochan, gevolgd door een hele week op Islay, afgesloten door een bezoek aan een paar eilanden een goed idee is. Of we beginnen bij Highland Park en zakken dan af naar Speyside of juist naar de oostkust van Schotland. Of we doen twee hele weken in Speyside. Of we gaan proberen bij de kleinsten of de nieuwsten, of juist de grootsten, of…

Sláinte!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s